Citaat | Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 30 Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3283.
3.8. Het eerste onderdeel berust op de stelling dat een relatief zeer groot aantal potentiële retributieplichtigen niet in de heffing wordt betrokken. Het Hof heeft die stelling verworpen. Het heeft immers geoordeeld (onderdeel 6.4) dat de gemeente ter zitting onweersproken heeft gesteld dat inmiddels 45 retributieplichtigen in de heffing worden betrokken en dat tegenover de weerspreking door de gemeente belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de meerderheid van de retributieplichtigen niet in de heffing wordt betrokken. Evenmin heeft het Hof aannemelijk geacht dat de gemeente onvoldoende onderneemt of heeft ondernomen om degenen op te sporen die aan de retributie zijn onderworpen en van hen de retributie te heffen. Deze oordelen geven geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kunnen, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op hun juistheid worden getoetst. Daarvan uitgaande heeft het Hof terecht op dit punt geen schending van het gelijkheidsbeginsel aanwezig geacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60efc1238610c5ab55be88cf962dbc9a81175f820d0786ac87b2d1e35e1fce0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60efc1238610c5ab55be88cf962dbc9a81175f820d0786ac87b2d1e35e1fce0d, en de alinea staat in dat document op bytes 13565 tot 14620.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60efc1238610c5ab55be88cf962dbc9a81175f820d0786ac87b2d1e35e1fce0d | shasum -a 256