Citaat | Hoge Raad 25 februari 2003
Alinea 20 Hoge Raad 25 februari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3304.
Op 7 februari 1999 bevond ik mij in De Dansfabriek, Drieharingstraat te Utrecht. Ik zag en voelde dat een jongen mij een kopstoot gaf. Ik zag dat hij zijn hoofd naar achteren deed en vervolgens kennelijk opzettelijk en met kracht naar voren bewoog. Ik voelde dat zijn voorhoofd op mijn neus terecht kwam. Ik voelde onmiddellijk een hevige pijn. Ik zag later dat mijn neus bloedde. Mijn neus is nog opgezet en gevoelig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee991d0ab45f08c6143490b5e6a4af398ab3abd21a165cf3270ca6bb1d7e232a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee991d0ab45f08c6143490b5e6a4af398ab3abd21a165cf3270ca6bb1d7e232a, en de alinea staat in dat document op bytes 6595 tot 7026.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee991d0ab45f08c6143490b5e6a4af398ab3abd21a165cf3270ca6bb1d7e232a | shasum -a 256