Citaat | Hoge Raad 20 mei 2003
Alinea 23 Hoge Raad 20 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3308.
"3.9 (...) dan moet in ieder geval worden vastgesteld dat [de opgeëiste persoon] onschuldig is aan de feiten waarvoor zijn uitlevering wordt gevraagd. Hij heeft dat aan de hand van het hierboven gestelde onverwijld aangetoond zonder dat diepgaand onderzoek door uw rechtbank noodzakelijk is geweest. Daarmee is de uitlevering ontoelaatbaar, nu er geen sprake kan zijn van een redelijk vermoeden van schuld, een en ander zoals bedoeld in art. 26 lid 3 jo. 28 lid 2 Uw."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a, en de alinea staat in dat document op bytes 6555 tot 7037.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a | shasum -a 256