Citaat | Hoge Raad 20 mei 2003
Alinea 24 Hoge Raad 20 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3308.
4.3. Namens de opgeëiste persoon is blijkens de aan het proces-verbaal van de zitting van 17 september 2002 gehechte pleitnotitie aangevoerd dat, kort en zakelijk samengevat, geen sprake kan zijn van een vermoeden van schuld aan de feiten waarvoor zijn uitlevering wordt gevraagd, een en ander zoals bedoeld in art. 26, derde lid, in verband met art. 28, tweede lid, UW. Daartoe is onder meer gewezen op een aantal in genoemde pleitnotitie uiteengezette feiten en omstandigheden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a, en de alinea staat in dat document op bytes 7057 tot 7550.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a | shasum -a 256