Citaat | Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 29 Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3308.

4.7. In aanmerking genomen hetgeen hiervoor onder 4.5 en 4.6 is overwogen, mist het middel belang voorzover het erover klaagt dat de Rechtbank heeft overwogen dat de opgeëiste persoon heeft medegedeeld niet onverwijld zijn onschuld te kunnen aantonen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a, en de alinea staat in dat document op bytes 9181 tot 9446.