Citaat | Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 50 Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3308.

"De door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen zijn onder marteling verkregen. Als [de opgeëiste persoon] aan Spanje zou worden uitgeleverd, zou Nederland meewerken aan een procedure die mede gebaseerd is op deze verklaringen. Daarmee zou Nederland op flagrante wijze art. 6 EVRM schenden, omdat het gebruik van onder foltering verkregen verklaringen in strijd is met het beginsel van 'fair trial', dat in dat artikel verankerd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a, en de alinea staat in dat document op bytes 15273 tot 15742.