Citaat | Hoge Raad 20 mei 2003
Alinea 52 Hoge Raad 20 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3308.
Uit de uitspraak in de zaak Khan is (...) af te leiden dat schending van een grondrecht in een procedure tot verdragsrechtelijke problemen in een andere procedure kan leiden, met name als door die schending 'besmet' bewijsmateriaal in die andere procedure wordt ingebracht. Dit is vooral aan de orde als door de 'primaire' schending de betrouwbaarheid van dat bewijsmateriaal wordt aangetast, zoals in de zaak van [de opgeëiste persoon] zonder meer gesteld moet worden, en er verder geen ondersteunend bewijs voorhanden is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a, en de alinea staat in dat document op bytes 15776 tot 16313.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba20eb30a7b7a66f68e768e913792fc7f99a128c4d789e1f67655c2afe079c1a | shasum -a 256