Citaat | Hoge Raad 11 maart 2003
Alinea 20 Hoge Raad 11 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3312.
3. Sedertdien heeft de opgeëiste persoon niets meer vernomen, ofschoon hij, blijkens de GBA-gegevens die door de raadsvrouwe zijn overgelegd, praktisch bij voortduring in Nederland bereikbaar moet zijn geweest. Desondanks heeft de opgeëiste persoon niet meer vernomen omtrent de tegen hem ingestelde vervolging. Oproepingen met betrekking tot de tegen hem gevoerde (verstek)procedure zijn hem kennelijk niet verzonden, terwijl ook het verstekvonnis van 24 juni 1999 hem kennelijk niet in persoon of aan zijn adres in Nederland is betekend of op andere wijze zijdens de Belgische autoriteiten bekend is gemaakt. Althans blijkt van het tegendeel niet uit de aan de rechtbank ter beschikking gestelde stukken. Aldus heeft, na zijn verhoor in 1993, geen enkele, hem kenbare vervolgingshandeling plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03d12637fac5e934c852fe8fba7b67c4c04ef49bb87d8b070fb5f4b9c6250362. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03d12637fac5e934c852fe8fba7b67c4c04ef49bb87d8b070fb5f4b9c6250362, en de alinea staat in dat document op bytes 7252 tot 8073.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03d12637fac5e934c852fe8fba7b67c4c04ef49bb87d8b070fb5f4b9c6250362 | shasum -a 256