Citaat | Hoge Raad 11 maart 2003
Alinea 22 Hoge Raad 11 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3312.
5. De vraag welke vervolgens aan de orde komt is of de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zou worden blootgesteld aan zodanig risico van een flagrante inbreuk op enig hem ingevolge art. 6 eerste lid EVRM toekomend recht dat de ingevolge art. 1 EVRM op Nederland rustende verplichting om dat recht te verzekeren aan de uit het te dezen toepasselijke uitleveringsverdrag (en daarbij, als hierboven, genoemde Overeenkomsten) voortvloeiende verplichting tot uitlevering in de weg staat (vgl. HR 5 maart 1991, NJ 1991, 547, r.o. 6.4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03d12637fac5e934c852fe8fba7b67c4c04ef49bb87d8b070fb5f4b9c6250362. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03d12637fac5e934c852fe8fba7b67c4c04ef49bb87d8b070fb5f4b9c6250362, en de alinea staat in dat document op bytes 8642 tot 9190.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03d12637fac5e934c852fe8fba7b67c4c04ef49bb87d8b070fb5f4b9c6250362 | shasum -a 256