Citaat | Hoge Raad 18 maart 2003

Alinea 101 Hoge Raad 18 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3361.

5.5. In de hiervoor onder 5.2.2 weergegeven overwegingen, heeft het Hof, zij het in minder gelukkige bewoordingen, kennelijk als zijn oordeel beoogd tot uitdrukking te brengen dat - ook al zou de verdachte hebben gedwaald omtrent de ongeoorloofdheid van de haar verweten gedragingen - hetgeen ter ondersteuning van het desbetreffende verweer is aangevoerd niet kan leiden tot de slotsom dat er sprake was van verontschuldigbare onbewustheid bij de verdachte ten aanzien van de ongeoorloofdheid van het aan haar verweten handelen. Dat oordeel van het Hof geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen omtrent datgene wat in het verweer is aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc13355c416a2258619d6e5c7190466132d657c8268714d1dc5324e257db5615. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc13355c416a2258619d6e5c7190466132d657c8268714d1dc5324e257db5615, en de alinea staat in dat document op bytes 30716 tot 31455.