Citaat | Hoge Raad 18 maart 2003

Alinea 22 Hoge Raad 18 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3361.

"Als plaatsaanduiding bevat de telastelegging: "te [plaats B], in elk geval in Europa". Deze aanduiding behelst, voorzover het gaat om vervoer buiten Nederland, een onvoldoende duidelijke opgave van de plaats waar de strafbare gedragingen zich hebben afgespeeld. Met het oog op de toepasselijke regelgeving is het van belang dat in de telastelegging tot uitdrukking wordt gebracht waar dat vervoer zich heeft afgespeeld: ging het om een of meerdere EU-lidstaat/-staten, al dan niet behorend tot het Beneluxgebied, ging het om vervoer op het grondgebied van niet-EU-lidstaten (= derde landen), al dan niet behorend tot de EER (Europese Economische Ruimte), ging het om grensoverschrijdend vervoer of vervoer binnen het grondgebied van één land (ook dat blijkt niet uit de telastelegging). De beantwoording van die vragen is van belang om het objectum litis voldoende bepaalbaar te maken. En dat laatste is voor de strafrechtelijke afdoening van de zaak onontbeerlijk. Immers: artikel 14, lid 1 WGW is geen op zichzelf staande bepaling, maar moet worden bezien in het grotere geheel van wat door de officier van justitie bij de behandeling van de zaak in eerste aanleg werd aangeduid als "het concurrentievoorwaardenstelsel" zoals dat is gebaseerd op Europese regelgeving, welke voorwaarden ervoor zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat "er op een eerlijke manier goed vervoer wordt gerealiseerd"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc13355c416a2258619d6e5c7190466132d657c8268714d1dc5324e257db5615. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc13355c416a2258619d6e5c7190466132d657c8268714d1dc5324e257db5615, en de alinea staat in dat document op bytes 7776 tot 9184.