Citaat | Hoge Raad 25 februari 2003
Alinea 19 Hoge Raad 25 februari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3368.
4.2. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is de verdachte aldaar niet verschenen, maar heeft hij zich op de voet van art. 279, eerste lid, in verbinding met art. 415 Sv ter terechtzitting laten verdedigen door een daartoe uitdrukkelijk gemachtigde advocaat. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voorzover voor de beoordeling van het middel van belang, voorts het volgende in:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbfe1dc0794a4a9a3e03e71f2d41b8a97b30213a72db2b425a8879de1ec42ee9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbfe1dc0794a4a9a3e03e71f2d41b8a97b30213a72db2b425a8879de1ec42ee9, en de alinea staat in dat document op bytes 6495 tot 6939.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbfe1dc0794a4a9a3e03e71f2d41b8a97b30213a72db2b425a8879de1ec42ee9 | shasum -a 256