Citaat | Hoge Raad 1 april 2003
Alinea 34 Hoge Raad 1 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3371.
3.5. Aan een verdachte die, zoals hier, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor de ademanalyse bestemd apparaat en wiens gebrek aan medewerking ertoe heeft geleid dat het ademonderzoek niet is voltooid, komt, behoudens bijzondere omstandigheden, geen beroep toe op het verweer dat het bepaalde in de art. 4, eerste lid, en 7, eerste lid, Besluit alcoholonderzoeken niet zou zijn nageleefd. Dit geldt ook - anders dan de Hoge Raad in eerdere rechtspraak heeft beslist - indien de verdachte medewerking weigert nadat met het onderzoek een aanvang is gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abeeca97b22ffea0131461db2fdd1c10a430bddf0c97e2ccdf2cace7c7e5ee9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abeeca97b22ffea0131461db2fdd1c10a430bddf0c97e2ccdf2cace7c7e5ee9d, en de alinea staat in dat document op bytes 10492 tot 11093.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abeeca97b22ffea0131461db2fdd1c10a430bddf0c97e2ccdf2cace7c7e5ee9d | shasum -a 256