Citaat | Hoge Raad 15 april 2003
Alinea 49 Hoge Raad 15 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3372.
Uit de wetsgeschiedenis volgt immers dat de wetgever, los van de strafbaarheid van deelnemingsvormen aan het in het eerste lid van genoemd artikel omschreven misdrijf, een aparte strafbaarstelling zoals die thans in art. 326c, tweede lid, Sr is vervat, noodzakelijk heeft geacht met het oog op een doelmatige bescherming van het economische belang van de verschaffing van telecomdiensten. De strekking van die bepaling is, naar mede uit die wetsgeschiedenis kan worden afgeleid, dat zoveel mogelijk wordt tegengegaan dat wederrechtelijk, zonder betaling, van uiteenlopende vormen van telecomdiensten gebruik wordt gemaakt. In verband daarmee zijn gedragingen die geacht moeten worden ertoe te kunnen leiden dat anderen tot zodanig gebruik in de gelegenheid worden gesteld, onder de in die bepaling gestelde voorwaarden strafbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99c786551c77f202022f67d2b1e35271ad7cd4a8cc880b8e4cd8534493d876f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99c786551c77f202022f67d2b1e35271ad7cd4a8cc880b8e4cd8534493d876f1, en de alinea staat in dat document op bytes 16826 tot 17668.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99c786551c77f202022f67d2b1e35271ad7cd4a8cc880b8e4cd8534493d876f1 | shasum -a 256