Citaat | Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 37 Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3411.

3.2 [A], die op grond van voormelde hoofdelijke aansprakelijkheid ƒ 2.000.000,-- aan NIB heeft voldaan, heeft gevorderd als onder 1 weergegeven. Aan haar vorderingen heeft [A] in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat zij niet draagplichtig is ten aanzien van de lening van tien miljoen gulden, nu dit bedrag niet heeft gestrekt ter financiering van haar activiteiten. Hetzelfde geldt volgens [A] voor de o.g.-maatschappijen, die evenmin geprofiteerd hebben van de lening en dus evenzeer niet draagplichtig zijn ter zake van de schuld. Uit de kredietbrief van 4 mei 1982 blijkt namelijk, aldus [A], dat het van de NIB geleende bedrag is aangewend ten behoeve van een aantal investeringen op het terrein van [C]. [A] betoogt derhalve, samengevat, dat nu de draagplichtige schuldenaren insolvent zijn, het verlies dat door dit onvermogen is ontstaan (twee miljoen gulden) ponds ponds gelijk moet worden verdeeld tussen de overige (niet-draagplichtige) schuldenaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e0276d23a9cebc7da4fbd43b167630950fa49e73392b1c51065819e4e8e6e31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e0276d23a9cebc7da4fbd43b167630950fa49e73392b1c51065819e4e8e6e31, en de alinea staat in dat document op bytes 9176 tot 10156.