Citaat | Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 43 Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3411.

3.5.1 In rov. 4.4 heeft het Hof met betrekking tot de vraag van de draagplicht van [A] respectievelijk de o.g.-maatschappijen geoordeeld dat ervan uitgegaan dient te worden dat een krediet of financiering, verleend aan de houdstermaatschappij van een tot een concern behorend samenstel van vennootschappen met het doel om de binnen dat concern verrichte activiteiten te ondersteunen, in beginsel geacht moet worden direct of indirect ten voordele van alle onderdelen van dat concern te strekken, tenzij blijkt van feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden. Daarbij is voor de vraag of de daaruit voortvloeiende schuld aan de financier een vennootschap aangaat niet zozeer van belang of deze vennootschap daadwerkelijk het krediet voor de eigen activiteiten heeft aangesproken maar of zij geacht moet worden, deel uitmakend van het concern, direct of indirect toegang tot dat krediet te hebben verkregen en of dat krediet haar in die zin ten goede is gekomen. Door de beschikbaarheid van het krediet binnen het concern kan immers ook indirect geprofiteerd worden, bijvoorbeeld indien door financiële injecties van buiten af in andere onderdelen van het concern kan worden geïnvesteerd, bepaalde activiteiten kunnen worden uitgebreid of andere onderdelen van het concern daarmee levensvatbaar worden gehouden en daardoor de eigen gegenereerde winsten voor andere doeleinden kunnen worden benut.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e0276d23a9cebc7da4fbd43b167630950fa49e73392b1c51065819e4e8e6e31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e0276d23a9cebc7da4fbd43b167630950fa49e73392b1c51065819e4e8e6e31, en de alinea staat in dat document op bytes 12189 tot 13619.