Citaat | Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 45 Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3411.

3.5.2 Onderdeel 2 van middel II bestrijdt dit laatste oordeel in rov. 4.5 voor zover het Hof daarmee te kennen geeft dat door de o.g.-maatschappijen onvoldoende is gesteld ter staving dat de NIB-schuld hen niet aanging in de zin als door het Hof in rov. 4.4 aangegeven. Het onderdeel strekt ten betoge dat dit oordeel onjuist althans onbegrijpelijk is, nu - samengevat - door de o.g.-maatschappijen omstandigheden zijn gesteld, die juist erop wijzen dat zij geen enkel voordeel hebben genoten van het door de NIB verstrekte krediet, omdat het krediet nodig was en aangewend werd voor de herstructurering van de bedrijfsactiviteiten van het [C]-concern waar de o.g.-maatschappijen geheel buiten stonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e0276d23a9cebc7da4fbd43b167630950fa49e73392b1c51065819e4e8e6e31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e0276d23a9cebc7da4fbd43b167630950fa49e73392b1c51065819e4e8e6e31, en de alinea staat in dat document op bytes 14409 tot 15124.