Citaat | Hoge Raad 13 juni 2003
Alinea 48 Hoge Raad 13 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3413.
3.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.1 tot en met 2.8 vermelde feiten. Van die feiten zijn met name de volgende van belang: ProCall verzorgde voor de Coöperatie de facturering en incasso. Met het oog daarop heeft zij op haar eigen naam een rekening geopend bij de Generale Bank. De tenaamstelling van die rekening was voorzien van de toevoeging "inzake Coöperatie Beatrix". Op deze rekening zijn uitsluitend betalingen ontvangen van patiënten van de Coöperatie. Deze betalingen werden gedaan door middel van acceptgiro's waarop als begunstigde stond vermeld "Coöperatie Beatrixziekenhuis Gorinchem" alsmede "ProCall Factureerdiensten bv Inzake Coöperatie Beatrixziekenhuis". Procall is op 10 december 1997 in staat van faillissement verklaard. Op die datum bedroeg het saldo van de rekening bij de Generale Bank ƒ 72.223,10. Nadien is het saldo opgelopen tot ruim ƒ 173.000,--. Partijen hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de Coöperatie op ProCall ter zake van de bedragen die vanaf de faillissementsdatum op de rekening bij de Generale Bank zijn ontvangen een concurrente boedelvordering is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367f8373af84ff11beec15378d3d85cedb9da4fdbb14dc490d14558e5334aeb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367f8373af84ff11beec15378d3d85cedb9da4fdbb14dc490d14558e5334aeb9, en de alinea staat in dat document op bytes 11270 tot 12462.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/367f8373af84ff11beec15378d3d85cedb9da4fdbb14dc490d14558e5334aeb9 | shasum -a 256