Citaat | Hoge Raad 13 juni 2003
Alinea 61 Hoge Raad 13 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3413.
Bij brief van 26 november 2001 heeft zijn ambts-opvolgster aan de Tweede Kamer bericht dat, teneinde een goed beeld te krijgen, de toegezegde evaluatie eerst in 2005 zal kunnen aanvangen en dat met de beantwoording van de vraag of het aanbeveling verdient een algemene vermogensrechtelijke regeling van de derdenrekening in het Burgerlijk Wetboek op te nemen, zal worden gewacht op de resultaten van die evaluatie. In die brief wees de staatssecretaris, ter weerlegging van de in de literatuur geuite bewering dat de in de wetgeving en de rechtspraak overheersende opvatting, dat derden gezamenlijk rechthebbende zijn op de uit de rekening voortkomende vordering op de bank, tot moeilijkheden leidde, op het arrest van de Hoge Raad van 12 januari 2001, nr. C99/091, NJ 2002, 371. In dit arrest heeft de Hoge Raad, naar analogie van de in art. 25 Wet op het notarisambt neergelegde regeling, aangenomen dat ook voor een niet onder die regeling vallende bijzondere notariële kwaliteitsrekening geldt dat de gezamenlijke rechthebbenden deelgenoot zijn in een gemeenschap als bedoeld in art. 3:166 lid 1 BW, en dat de deelgenoten bij de verdeling van deze gemeenschap een voorwaardelijk recht op toedeling van de door de notaris beheerde vordering op de kredietinstelling hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367f8373af84ff11beec15378d3d85cedb9da4fdbb14dc490d14558e5334aeb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367f8373af84ff11beec15378d3d85cedb9da4fdbb14dc490d14558e5334aeb9, en de alinea staat in dat document op bytes 19704 tot 20993.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/367f8373af84ff11beec15378d3d85cedb9da4fdbb14dc490d14558e5334aeb9 | shasum -a 256