Citaat | Hoge Raad 13 juni 2003
Alinea 62 Hoge Raad 13 juni 2003
Een alinea uit Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3413.
3.3.4 Aanvaarding van een kwaliteitsrekening betekent dat een uitzondering wordt gemaakt op het hiervoor in 3.3.2 (slot) onderstreepte, in art. 3:276 BW verankerde, uitgangspunt dat een schuldenaar in beginsel met zijn gehele vermogen instaat voor zijn schulden tegenover al zijn schuldeisers. Blijkens de bewoordingen en strekking van deze bepaling kan een uitzondering daarop slechts worden aanvaard als de wet anders bepaalt (behoudens het zich hier niet voordoende geval van een afwijkende overeenkomst). Weliswaar heeft de Hoge Raad in zijn hiervoor in 3.3.1 aangehaalde arrest voor een specifiek geval een uitzondering op dit uitgangspunt aanvaard, maar met verdere uitbreiding daarvan dient terughoudendheid te worden betracht gezien de rechtszekerheid en de belangen van het financieringsverkeer, die bij het voormelde uitgangspunt bij uitstek zijn betrokken. Dit klemt temeer gelet op het feit dat de wetgever op dit arrest inmiddels slechts voor een eveneens specifiek - hiervoor in 3.3.2 vermeld - geval heeft voortgebouwd, daarbij onderstrepend dat terughoudendheid gepast is en dat de desbetreffende materie vooralsnog niet voldoende kan worden overzien om tot een algemene regeling van de derdenrekening te komen. Dat specifieke geval is de generale kwaliteitsrekening, aan te houden door notarissen en gerechtsdeurwaarders. Bij het zetten van deze stap heeft de wetgever benadrukt dat voor het maken van een uitzondering als hiervoor bedoeld goede gronden vereist zijn, welke in het geval van de notaris en de gerechtsdeurwaarder gevonden kunnen worden in de bescherming van het publiek, dat erop mag vertrouwen en ook daadwerkelijk pleegt te vertrouwen dat zij als degenen wier wettelijke taak in vele gevallen meebrengt dat hun door derden gelden worden toevertrouwd, deze gelden afgescheiden houden van hun eigen vermogen. In een, wat derdengelden betreft, vergelijkbare vertrouwenspositie verkeren ook de beroepsgroepen van advocaten en accountants. Overeenkomstige toepassing van de regeling opge-nomen in art. 25 Wet op het notarisambt en art. 19 Gerechtsdeurwaarderswet op de door advocaten en accountants met het oog op het ontvangen van voor derden bestemde gelden aangehouden rekeningen - advocaten zijn krachtens de hiervoor onder 3.3.3 vermelde Boekhoud-verordening 1998 verplicht zo'n rekening te doen houden door een daartoe opgerichte stichting - is dan ook, als passend binnen het stelsel van de wet en aansluitend bij de wel in de wet geregelde gevallen, mogelijk. De door de Coöperatie in dit geding aangevoerde gronden kunnen evenwel in het licht van het hiervoor in 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.4 overwogene niet leiden tot het oordeel dat het saldo van de op naam van Procall staande rekening bij de Generale Bank niet tot de failliete boedel van ProCall behoort maar tot het vermogen van de Coöperatie. Hierop stuiten de onderdelen I tot en met IV af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367f8373af84ff11beec15378d3d85cedb9da4fdbb14dc490d14558e5334aeb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367f8373af84ff11beec15378d3d85cedb9da4fdbb14dc490d14558e5334aeb9, en de alinea staat in dat document op bytes 21031 tot 23925.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/367f8373af84ff11beec15378d3d85cedb9da4fdbb14dc490d14558e5334aeb9 | shasum -a 256