Citaat | Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 46 Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3415.

3.2 In het onderhavige geding heeft de vrouw, voor zover in cassatie van belang, op grond van het verrekenbeding een vordering ingesteld tot betaling van ƒ 389.000,--. De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 16 december 1999 de - inmiddels met ingang van 1 september 2002 vervallen - regeling met betrekking tot het wettelijk deelgenootschap van overeenkomstige toepassing geacht en onder meer geoordeeld dat de vrouw aanspraak kon maken op de helft van de waarde van de aandelen van de man in [A] B.V. De Rechtbank heeft met betrekking tot de waarde van de aandelen een onderzoek door deskundigen nodig geacht en zij heeft met het oog daarop een comparitie van partijen gelast. Het Hof heeft op het door de man ingestelde hoger beroep weliswaar een aantal grieven gegrond geacht, maar het heeft, evenals de Rechtbank, een deskundigenonderzoek met betrekking tot de waarde van de aandelen nodig geoordeeld en het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a714aed326edd6367f38930104deab4e9066b4b65caca0b098f2c8cc392122ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a714aed326edd6367f38930104deab4e9066b4b65caca0b098f2c8cc392122ca, en de alinea staat in dat document op bytes 12508 tot 13471.