Citaat | Hoge Raad 2 mei 2003
Alinea 72 Hoge Raad 2 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3416.
4.3.6 Onderdeel 7, dat betrekking heeft op het in het derde kort geding in de zaak met rolnummer 1246/00 gegeven verbod, berust kennelijk op de opvatting dat het Hof in rov. 8.9 van zijn arrest bij de beoordeling van de vraag of een dringende maatschappelijke noodzaak bestaat, enkel het belang van [verweerder 1] om niet op de in rov. 8.5 van het arrest van het Hof omschreven wijze te worden afgebeeld, in aanmerking heeft genomen. Het onderdeel kan in zoverre bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden, omdat het Hof zijn in rov. 8.9 vervatte oordeel heeft gegeven "met inachtneming van het voorgaande", waarmee het Hof onder meer het oog heeft op zijn rov. 8.6 en 8.7, die telkens verwijzen naar rov. 6. Het Hof heeft derhalve zijn oordeel in rov. 8.9 mede doen steunen op de in zijn rov. 6.6 - 6.16 neergelegde uitvoerige motivering die in cassatie niet dan wel tevergeefs wordt bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e135b4221956982e48e40e0da670112867fe239ca1be1993a01efcdf176e12ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e135b4221956982e48e40e0da670112867fe239ca1be1993a01efcdf176e12ca, en de alinea staat in dat document op bytes 22821 tot 23747.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e135b4221956982e48e40e0da670112867fe239ca1be1993a01efcdf176e12ca | shasum -a 256