Citaat | Hoge Raad 2 mei 2003

Alinea 80 Hoge Raad 2 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3416.

4.5.2 Onderdeel 1 betoogt dat het Hof ten onrechte niet heeft getoetst of een verbod van die uitlatingen in een democratische samenleving noodzakelijk is. Het onderdeel is tevergeefs voorgesteld. Het Hof heeft rov. 11 van het vonnis van de President onderschreven, welke overweging het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk aldus heeft opgevat dat de President het verbod van het doen van negatieve uitlatingen heeft toegewezen op dezelfde of overeenkomstige gronden als ten aanzien van de eerder tussen partijen uitgesproken uitzendverboden waren gehanteerd en dat hij aldus ook het verbod van het doen van deze uitlatingen heeft getoetst aan art. 10 EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e135b4221956982e48e40e0da670112867fe239ca1be1993a01efcdf176e12ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e135b4221956982e48e40e0da670112867fe239ca1be1993a01efcdf176e12ca, en de alinea staat in dat document op bytes 26393 tot 27062.