Citaat | Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 23 Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3419.

Tegen het in reconventie gewezen tussenvonnis van 16 december 1998 heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Bij memorie van grieven heeft hij gevorderd het beroepen interlocutoir vonnis te vernietigen ten aanzien van de beslissing welke voorwerp is van het appèl, en primair, alsnog rechtdoende, te beslissen dat [verweerder] geen onbehoorlijk bestuur te verwijten valt en alleen al om die reden de litigieuze accountantskosten niet voor zijn rekening kunnen worden gebracht noch op hem worden verhaald, met ontzegging van de te dier zake door SCC ingestelde vordering, en subsidiair de zaak terug te verwijzen naar de Rechtbank teneinde SCC alsnog toe te laten tot het bewijs - onafhankelijk van de door de Ondernemingskamer gegeven beslissing - van feiten en omstandigheden, als door haar gesteld, welke naar 's Hofs oordeel, althans het oordeel van de Rechtbank, haar vordering kunnen dragen, een en ander met veroordeling van SCC in de kosten van beide instantiën.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e3adec4eecc190b1ce2d89007c75a700bce09fb38e9f6e23b4ebfe4591ed3ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e3adec4eecc190b1ce2d89007c75a700bce09fb38e9f6e23b4ebfe4591ed3ef, en de alinea staat in dat document op bytes 6662 tot 7681.