Citaat | Hoge Raad 21 februari 2003
Alinea 26 Hoge Raad 21 februari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3450.
Op het voetspoor van deze rechtspraak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de eis van "objective medical expertise" aldus moet worden verstaan dat het - behoudens in noodsituaties - een persoonlijk voorafgaand onderzoek van betrokkene door de specialist veronderstelt (HR 21 juni 1996, nr. 8846, NJ 1997, 343; cursivering toegevoegd). Hiermee strookt dat in gevallen waarin de betrokkene niet meewerkt aan het in art. 5 lid 1 Bopz bedoelde onderzoek, de psychiater moet doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden om het vereiste persoonlijk onderzoek, dat wil zeggen een onderzoek waarin de psychiater de betrokkene in een direct contact spreekt en observeert, te doen plaatsvinden (HR 6 november 1998, nr. R 98/114, NJ 1999, 103 en HR 24 september 1999, nr. R 99/119, NJ 1999, 752; cursivering toegevoegd).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fe5bbc8d19734db2af50d3fdb81a74c565d3e193789b8243ed380cab8734112. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fe5bbc8d19734db2af50d3fdb81a74c565d3e193789b8243ed380cab8734112, en de alinea staat in dat document op bytes 9730 tot 10557.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8fe5bbc8d19734db2af50d3fdb81a74c565d3e193789b8243ed380cab8734112 | shasum -a 256