Citaat | Hoge Raad 21 februari 2003
Alinea 27 Hoge Raad 21 februari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3450.
3.5 Gezien de bewoordingen waarin art. 5 lid 1 Bopz is gesteld, het fundamentele karakter van het grondrecht op vrijheid en het belang dat in de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad wordt gehecht aan het oordeel van een onafhankelijke medisch deskundige die de betrokkene zelf heeft onderzocht als voorwaarde voor een rechtsgeldige vrijheidsberoving in gevallen waarin de betrokkene gestoord zou zijn in zijn of haar geestvermogens, treft de rechtsklacht doel. De Rechtbank heeft van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven door in het onderhavige geval, waarin de psychiater de betrokkene slechts heeft geobserveerd en niet zelf heeft gesproken, te oordelen dat sprake was van een onderzoek in de zin van art. 5 lid 1 Bopz. De motiveringsklacht behoeft dus geen bespreking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fe5bbc8d19734db2af50d3fdb81a74c565d3e193789b8243ed380cab8734112. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fe5bbc8d19734db2af50d3fdb81a74c565d3e193789b8243ed380cab8734112, en de alinea staat in dat document op bytes 10614 tot 11408.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8fe5bbc8d19734db2af50d3fdb81a74c565d3e193789b8243ed380cab8734112 | shasum -a 256