Citaat | Hoge Raad 31 januari 2003

Alinea 28 Hoge Raad 31 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3638.

3.1 Het gaat in cassatie om het volgende. Bij inleidende dagvaarding van 11 februari 1999 heeft [verweerder] de Staat, gedagvaard voor de Kantonrechter en gevorderd dat de Staat zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van ƒ 3.850,-- vermeerderd met rente en kosten. Daartoe heeft [verweerder] aangevoerd dat het op zijn aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1994 van 30 september 1995 terug te betalen bedrag van ƒ 3.850,-- ten onrechte is verrekend met een beweerdelijk nog openstaande belastingschuld. Bij conclusie van antwoord heeft de Staat primair gesteld dat [verweerder] niet-ontvankelijk is in zijn vordering omdat [verweerder] niet de Staat maar de Ontvanger had moeten dagvaarden. Subsidiair heeft de Staat aangevoerd dat de Ontvanger tot verrekening gerechtigd was. De Kantonrechter heeft geoordeeld dat dagvaarding van de Staat niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring en vervolgens de vordering van [verweerder] afgewezen. [Verweerder] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen. De Staat heeft de grieven van [verweerder] bestreden en incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij eindvonnis van 27 februari 2002 heeft de Rechtbank met verwerping van de incidentele grief en de principale grieven het vonnis van de Kantonrechter bekrachtigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63c2c18508dee835c90b73de0a886e396548827c536175061967b4ee791fba96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63c2c18508dee835c90b73de0a886e396548827c536175061967b4ee791fba96, en de alinea staat in dat document op bytes 6879 tot 8186.