Citaat | Hoge Raad 31 januari 2003

Alinea 34 Hoge Raad 31 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3638.

"Het derde lid geeft een algemene voorziening en is bedoeld om ondubbelzinnig te laten uitkomen dat de ontvanger in de uitoefening van zijn taak in rechte kan optreden en kan worden gedagvaard. In geschillen waarbij de ontvanger is betrokken zouden, bij gebreke aan zulk een bepaling, problemen kunnen rijzen omtrent de vraag wie moet worden gedagvaard: de Staat of de ontvanger." (Kamerstukken II 1987/88, 20 588, nr. 3, blz. 31).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63c2c18508dee835c90b73de0a886e396548827c536175061967b4ee791fba96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63c2c18508dee835c90b73de0a886e396548827c536175061967b4ee791fba96, en de alinea staat in dat document op bytes 9892 tot 10336.