Citaat | Hoge Raad 2 mei 2003
Alinea 41 Hoge Raad 2 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3800.
3.4 Een schakel in de redenering van de Rechtbank die uiteindelijk is uitgemond in afwijzing van de vorderingen van [eisers], vormen de laatste twee volzinnen van rov. 22 waar de Rechtbank mede in aanmerking heeft genomen dat ROC bij memorie van antwoord in het incidenteel appel heeft opgemerkt dat het beleid er wel op is gericht om de beloning van de diverse docenten (schaal 10 per 1 augustus 1998) op een voor alle docenten gelijke wijze te nivelleren en dat ROC aldus wel iets tracht te doen aan de uit het verleden voortkomende beloningsverschillen. Nu de stukken van het geding geen andere gevolgtrekking toelaten dan dat ROC deze met een productie gestaafde stelling niet eerder in het geding in de feitelijke instanties heeft aangevoerd, had de Rechtbank deze stelling niet, gelijk zij klaarblijkelijk heeft gedaan, als vaststaand mogen aannemen, nu [eisers] niet in de gelegenheid zijn geweest op die stelling te reageren. Onderdeel 5 klaagt hierover terecht. Na verwijzing zal deze gelegenheid alsnog aan [eisers] moeten worden geboden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f57dfef43c1964dff1ff8d02013d354afc7b7c6cf0318737df1934720c9266a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f57dfef43c1964dff1ff8d02013d354afc7b7c6cf0318737df1934720c9266a, en de alinea staat in dat document op bytes 12220 tot 13281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f57dfef43c1964dff1ff8d02013d354afc7b7c6cf0318737df1934720c9266a | shasum -a 256