Citaat | Hoge Raad 2 mei 2003
Alinea 47 Hoge Raad 2 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3807.
4.4 Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat ingevolge de hoofdregel van art. 177 (oud; thans 150) Rv. de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten, de bewijslast draagt van die feiten. Uit deze regel kan niet worden afgeleid dat de wederpartij de feiten moet bewijzen die zij stelt ter motivering van haar betwisting van de eerder bedoelde feiten. Voor het opdragen van bewijs aan die wederpartij is slechts grond (1) indien wordt geoordeeld dat eerstbedoelde partij haar stellingen, behoudens tegenbewijs, afdoende heeft bewezen, dan wel (2) indien, zoals bepaald in de slotzinsnede van art. 177/150, uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit. Daarbij verdient aantekening dat voor het slagen van het onder (1) bedoelde tegenbewijs voldoende is dat het door de partij op wie de bewijslast rust, geleverde bewijs erdoor wordt ontzenuwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f1869adaaa778e88258360c620d7bc80ee861cca87fcfaf55f7204e7b7e379e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f1869adaaa778e88258360c620d7bc80ee861cca87fcfaf55f7204e7b7e379e, en de alinea staat in dat document op bytes 15050 tot 16037.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f1869adaaa778e88258360c620d7bc80ee861cca87fcfaf55f7204e7b7e379e | shasum -a 256