Citaat | Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 23 Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3826.
3.4. In een geval als het onderhavige - waarin het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag niet meer vordert en de Officier van Justitie heeft medegedeeld voornemens te zijn de inbeslaggenomen zaak te doen teruggeven aan een ander dan de beslagene - zal de rechtbank moeten beoordelen of die ander redelijkerwijs als rechthebbende op de zaak kan worden aangemerkt. Bij de beantwoording van die vraag zal de rechter niet behoren te treden in de beslechting van burgerrechtelijke eigendoms- en bezitskwesties, maar daarbij zal hij wel civielrechtelijke aspecten mogen betrekken (vgl. HR 2 maart 1993, NJ 1993, 662). De door het middel verdedigde opvatting dat naar Italiaans recht had moeten worden vastgesteld of de oorspronkelijke eigenaar zijn eigendomsrecht jegens klager kan uitoefenen vindt derhalve geen steun in het recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69b6d7706e6a7d9f1ea2a299fe7be8ca93724f731802cd43add8200ed0a88f96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69b6d7706e6a7d9f1ea2a299fe7be8ca93724f731802cd43add8200ed0a88f96, en de alinea staat in dat document op bytes 8206 tot 9066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/69b6d7706e6a7d9f1ea2a299fe7be8ca93724f731802cd43add8200ed0a88f96 | shasum -a 256