Citaat | Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 20 Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4131.

"Op grond van het verhandelde in hoger beroep is het hof van oordeel dat de tenlastelegging, welke in hoger beroep hetzelfde luidt als in eerste aanleg, onvoldoende duidelijk is om als grondslag voor het onderzoek ter terechtzitting te dienen. Het hof acht met name de term "correspondentie met derden" onvoldoende specifiek, nu niet goed kan worden vastgesteld welke correspondentie van de hand van verdachte, dan wel welke passages uit bedoelde correspondentie, door de opsteller van de tenlastelegging wordt aangemerkt als schending van het beroepsgeheim als bedoeld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7f34fdb170cabf57e8ad3635c2c8c10de6a917c59d2fbbe220634d424478084. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7f34fdb170cabf57e8ad3635c2c8c10de6a917c59d2fbbe220634d424478084, en de alinea staat in dat document op bytes 7158 tot 7788.