Citaat | Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 22 Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4131.

In het dossier bevindt zich een aantal brieven van de hand van verdachte, gericht aan diverse instanties, in het kader van diverse door aangever ingestelde klachtprocedures. Bij de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat niet eenduidig is vast te stellen of (een deel van) bedoelde correspondentie mogelijk dient te worden bezien in het kader van het klachtrecht dan wel tuchtrecht, waarvoor verschillende beoordelingscriteria zouden kunnen gelden, en waardoor het verdachte te zijner verdediging mogelijk was toegestaan aan sommige instanties meer medische informatie betreffende aangever te verstrekken dan aan andere instanties. In een dergelijke situatie, waar derhalve niet eenvoudig is vast te stellen op welk(e) moment(en) en in welke (passages van) bedoelde correspondentie door de verdachte zijn medisch beroepsgeheim zou zijn geschonden, is het naar het oordeel van het hof aan de opsteller van de tenlastelegging om met voldoende nauwkeurigheid aan te geven op welke plaatsen in bedoelde "correspondentie aan derden" daarvan sprake zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7f34fdb170cabf57e8ad3635c2c8c10de6a917c59d2fbbe220634d424478084. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7f34fdb170cabf57e8ad3635c2c8c10de6a917c59d2fbbe220634d424478084, en de alinea staat in dat document op bytes 7901 tot 8970.