Citaat | Hoge Raad 8 april 2003

Alinea 31 Hoge Raad 8 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4131.

3.6. Die opvatting is onjuist, omdat tegen de achtergrond van het bepaalde in art. 88 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg moet worden geoordeeld dat ook in geval de arts opzettelijk medische informatie omtrent een patiënt aan derden heeft verstrekt in het kader van zijn verdediging in klachtprocedures, hij - in de zin van art. 272 Sr - opzettelijk een geheim heeft geschonden waarvan hij wist of redelijkerwijze moest vermoeden dat hij uit hoofde van zijn beroep verplicht was het te bewaren. De arts die terzake wordt vervolgd en die van oordeel is dat zijn gedraging was gerechtvaardigd op de grond dat het belang dat met zijn verdediging in de desbetreffende procedures was gediend, zwaarder dient te wegen dan het belang dat art. 272 Sr beoogt te beschermen, zal zich daarop bij wijze van verweer kunnen beroepen. De afwezigheid van zodanige rechtvaardigende omstandigheden behoeft niet te worden tenlastegelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c7f34fdb170cabf57e8ad3635c2c8c10de6a917c59d2fbbe220634d424478084. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c7f34fdb170cabf57e8ad3635c2c8c10de6a917c59d2fbbe220634d424478084, en de alinea staat in dat document op bytes 11306 tot 12256.