Citaat | Hoge Raad 1 april 2003
Alinea 16 Hoge Raad 1 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4146.
3.1. De middelen komen op tegen de oplegging door het Hof aan de betrokkene van de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel voorzover dit voordeel betrekking heeft op feiten waarvan de betrokkene is vrijgesproken. Aan de middelen ligt de opvatting ten grondslag dat ontneming van voordeel op de voet van art. 36e, tweede lid, Sr ter zake van feiten waarvoor de betrokkene niet is veroordeeld ontoelaatbaar is omdat (i) de ontnemingsmaatregel het karakter heeft van een strafrechtelijke sanctie en derhalve met een vrijspraak onverenigbaar is, en (ii) dit in strijd is met de in art. 6, tweede lid, EVRM besloten liggende onschuldpresumptie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69633993c32e191bd90141de99390c6858487c541c7c55da5e258056d06a196a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69633993c32e191bd90141de99390c6858487c541c7c55da5e258056d06a196a, en de alinea staat in dat document op bytes 6600 tot 7323.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/69633993c32e191bd90141de99390c6858487c541c7c55da5e258056d06a196a | shasum -a 256