Citaat | Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 28 Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4146.

Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, verweerder wederrechtelijk voordeel - waaronder begrepen besparing van kosten - heeft verkregen door middel van of uit de baten van het bewezen verklaarde, van soortgelijke feiten of van andere feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door verweerder zijn begaan en waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69633993c32e191bd90141de99390c6858487c541c7c55da5e258056d06a196a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69633993c32e191bd90141de99390c6858487c541c7c55da5e258056d06a196a, en de alinea staat in dat document op bytes 10124 tot 10607.