Citaat | Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 47 Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4146.

Door en namens de verweerder is ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat hij nooit een geldelijke vergoeding heeft ontvangen voor zijn aandeel bij de feiten waarbij hij betrokken is geweest. Het hof wijst dit verweer af, nu het hof op grond van de genoemde bewijsmiddelen tot de overtuiging is gekomen, dat verweerder deel heeft uitgemaakt van een groep personen die zich op zeer lucratieve wijze systematisch met diefstal van kostbare goederen uit vrachtauto's heeft beziggehouden, en het volstrekt onaannemelijk is, dat verweerder niet zijn deel heeft gekregen van de opbrengst van die goederen, die blijkens genoemde bewijsmiddelen vaak aantoonbaar voor goed geld zijn verkocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69633993c32e191bd90141de99390c6858487c541c7c55da5e258056d06a196a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69633993c32e191bd90141de99390c6858487c541c7c55da5e258056d06a196a, en de alinea staat in dat document op bytes 14413 tot 15116.