Citaat | Hoge Raad 1 april 2003
Alinea 50 Hoge Raad 1 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4146.
- De in art. 36e Sr en in titel IIIb van het vierde boek van het Wetboek van Strafvordering vervatte regeling betreft de oplegging van een maatregel, te weten de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit. Het gaat hier niet om een straf, maar om een maatregel die strekt tot het ongedaan maken van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dat de oplegging van die maatregel een plaats heeft gekregen in een strafrechtelijke procedure doet aan het bijzondere karakter van die maatregel niet af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69633993c32e191bd90141de99390c6858487c541c7c55da5e258056d06a196a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69633993c32e191bd90141de99390c6858487c541c7c55da5e258056d06a196a, en de alinea staat in dat document op bytes 15522 tot 16149.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/69633993c32e191bd90141de99390c6858487c541c7c55da5e258056d06a196a | shasum -a 256