Citaat | Hoge Raad 26 september 2003
Alinea 29 Hoge Raad 26 september 2003
Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4151.
6.1. Nu uit de gegrondbevinding van middel I in het principale beroep en de ongegrondbevinding van het eerste en het tweede middel in het incidentele beroep volgt dat het Hof ten onrechte op grond van de laatste volzin van artikel 16, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de Inspecteur de bevoegdheid een navorderingsaanslag op te leggen heeft ontzegd, dienen de door erflater voor het Hof aangevoerde grieven welke het Hof onbesproken heeft gelaten, en die in essentie worden herhaald in het derde, vierde en vijfde middel in het incidentele beroep, alsnog te worden behandeld. Hiervoor behoeft de zaak niet te worden verwezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1edb943e03fc5eef149c91b04007f0f8a05c4a181b256561ffb8a737df754eb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1edb943e03fc5eef149c91b04007f0f8a05c4a181b256561ffb8a737df754eb8, en de alinea staat in dat document op bytes 14899 tot 15558.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1edb943e03fc5eef149c91b04007f0f8a05c4a181b256561ffb8a737df754eb8 | shasum -a 256