Citaat | Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 18 Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4159.

"Uit de verklaring die de heer G.W. van Schaik, chef CID te Zwolle, op de zitting van de Rechtbank d.d. 3 juli 1998 heeft afgelegd, blijkt dat in de onderhavige zaak gebruik is gemaakt van 4 à 5 informanten. Voorts blijkt dat de mate van betrouwbaarheid van die informanten niet geheel duidelijk is. De heer Van Schaik verklaart immers dat ze meestal betrouwbaar waren, terwijl hij hen in een aantal processen-verbaal als (slechts) betrouwbaar heeft gekwalificeerd. Aangezien de tegen cliënt ingestelde ontnemingsvordering in aanzienlijke mate steunt op de betreffende CID-informatie, is het van groot belang dat de juiste mate van betrouwbaarheid daarvan wordt vastgesteld. Nu de chef van de CID kennelijk niet in staat is daarover uitsluitsel te geven, rest er naar het oordeel van de verdediging geen andere mogelijkheid dan dat de oorspronkelijke bron van die informatie en derhalve de betreffende informanten zullen worden gehoord. Eén en ander klemt temeer, nu de door hen verstrekte informatie wordt betwist."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/342d8bec23ca4a8e54869abce02592bb84f9d15b9e564e5422a99ea292d86e60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 342d8bec23ca4a8e54869abce02592bb84f9d15b9e564e5422a99ea292d86e60, en de alinea staat in dat document op bytes 6798 tot 7830.