Citaat | Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 30 Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4159.

3.5. Ingevolge art. 511d, eerste lid, Sv zijn de bepalingen van de eerste afdeling van Titel VI van het tweede Boek van het Wetboek van Strafvordering en dus ook de art. 287 en 288 Sv van overeenkomstige toepassing op de behandeling in eerste aanleg van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Ingevolge art. 511g, tweede lid, Sv in verbinding met art. 415 Sv zijn de art. 287 en 288 Sv eveneens toepasselijk op de behandeling van die vordering in hoger beroep. Een redelijke uitleg van het wettelijke systeem brengt mee dat ook art. 264 Sv, waarnaar in art. 287, derde lid onder a, Sv wordt verwezen, in ontnemingszaken, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, van toepassing is. Aangenomen moet worden dat de wetgever bij vergissing heeft nagelaten in het vierde lid van art. 511b Sv tevens naar art. 264 Sv te verwijzen (vgl. HR 24 september 2002, NJ 2003, 3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/342d8bec23ca4a8e54869abce02592bb84f9d15b9e564e5422a99ea292d86e60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 342d8bec23ca4a8e54869abce02592bb84f9d15b9e564e5422a99ea292d86e60, en de alinea staat in dat document op bytes 9725 tot 10632.