Citaat | Hoge Raad 25 maart 2003
Alinea 17 Hoge Raad 25 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4207.
Nu de verdachte - nadat de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering hem op 24 mei 2002 in persoon was gedaan - eerst op 14 februari 2003, dus niet binnen de bij de wet gestelde termijn van twee maanden bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dcb45189d6bee6422d7188673d8bddefb9bd77fe21f429015a05639df51b82b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dcb45189d6bee6422d7188673d8bddefb9bd77fe21f429015a05639df51b82b, en de alinea staat in dat document op bytes 6315 tot 6803.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5dcb45189d6bee6422d7188673d8bddefb9bd77fe21f429015a05639df51b82b | shasum -a 256