Citaat | Hoge Raad 25 maart 2003
Alinea 19 Hoge Raad 25 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4207.
4.1. Art. 421, vierde lid, Sv voorziet in het instellen van hoger beroep door een benadeelde partij tegen de afwijzing van haar vordering door de rechter in eerste aanleg indien noch de verdachte noch het openbaar ministerie appèl heeft ingesteld. De wet bevat geen regeling ten aanzien van het instellen van beroep in cassatie door een benadeelde partij indien haar vordering door de appèlrechter in het strafgeding niet-ontvankelijk is verklaard dan wel is afgewezen en noch de verdachte noch het openbaar ministerie cassatieberoep heeft ingesteld (vgl. HR 26 februari 2002, LJN AD7011, NJB 2002, blz. 769). Evenmin bevat de wet zo een regeling voor het geval de verdachte onderscheidenlijk het openbaar ministerie in het ingestelde cassatieberoep niet kan worden ontvangen. Daaruit moet worden afgeleid dat de wetgever van een dergelijke voorziening niet heeft willen weten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dcb45189d6bee6422d7188673d8bddefb9bd77fe21f429015a05639df51b82b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dcb45189d6bee6422d7188673d8bddefb9bd77fe21f429015a05639df51b82b, en de alinea staat in dat document op bytes 6935 tot 7828.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5dcb45189d6bee6422d7188673d8bddefb9bd77fe21f429015a05639df51b82b | shasum -a 256