Citaat | Hoge Raad 25 maart 2003

Alinea 42 Hoge Raad 25 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4212.

4.4. Bij de beoordeling van de vraag of het in de woning van de verdachte aangetroffen en vervolgens inbeslaggenomen geldbedrag aan de verdachte toebehoorde en aldus vatbaar is voor verbeurdverklaring, heeft het Hof blijkens de hiervoor onder 4.2 weergegeven overweging beslissende betekenis toegekend aan de eigen opgave van de verdachte. Deze houdt in dat hij de kas beheerde voor een criminele organisatie die zich bezig hield met sigarettensmokkel en dat hij in dat kader ongeveer dertien keer geldbedragen van honderdduizenden Britse ponden heeft overgedragen aan leveranciers, waarvan hij 1,5 % commissie heeft achtergehouden voor zichzelf. Tevens is namens hem een bedrag aan inkomsten opgegeven dat het inbeslaggenomen bedrag niet wezenlijk ontloopt. Gelet hierop is 's Hofs oordeel dat het inbeslaggenomen geldbedrag vatbaar is voor verbeurdverklaring nu het aan de verdachte toebehoorde en door middel van het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is verkregen, niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/799655dcc36ab5cb4b697aff7b5215e9663ec30cfa044bd4e7a083071330b1fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 799655dcc36ab5cb4b697aff7b5215e9663ec30cfa044bd4e7a083071330b1fb, en de alinea staat in dat document op bytes 12533 tot 13538.