Citaat | Hoge Raad 13 mei 2003

Alinea 40 Hoge Raad 13 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4255.

3.7. Op grond van art. 96, eerste lid, Sv is de opsporingsambtenaar in de daar genoemde gevallen bevoegd ter inbeslagneming iedere plaats te betreden. In het geval een doorzoeking nodig is kan hij ingevolge het tweede lid van die bepaling, na de desbetreffende plaats te hebben betreden, in afwachting van de komst van de rechter of de ambtenaar die bevoegd is die plaats ter inbeslagneming te doorzoeken, maatregelen nemen die redelijkerwijze nood-zakelijk zijn om onder andere wegmaking van voor inbeslagneming vatbare voorwerpen te voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed1fa5923c50f797257caceb904961f95909970215282062f83199f18d15e043. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed1fa5923c50f797257caceb904961f95909970215282062f83199f18d15e043, en de alinea staat in dat document op bytes 15731 tot 16290.