Citaat | Hoge Raad 13 mei 2003

Alinea 47 Hoge Raad 13 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4255.

3.10. In deze zaak was een schriftelijke machtiging vereist. Art. 2, eerste lid, Awbi kent immers uitzonderingen op het vereiste van een schriftelijke machtiging voor bepaalde functionarissen, zoals voor rechters en leden van het openbaar ministerie, maar geen van die uitzonderingen doet zich hier voor, terwijl evenmin de uitzondering die art. 97, vierde lid, Sv op bedoeld vereiste maakt en die geldt voor de hulpofficier van justitie die door de rechter-commissaris is gemachtigd een woning zonder toestemming van de bewoner te doorzoeken, hier van toepassing is. Hieruit volgt dat de opsporingsambtenaren in het bezit hadden moeten zijn van een schriftelijke machtiging tot binnentreden. De desbetreffende klacht van het middel is dus terecht voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed1fa5923c50f797257caceb904961f95909970215282062f83199f18d15e043. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed1fa5923c50f797257caceb904961f95909970215282062f83199f18d15e043, en de alinea staat in dat document op bytes 18226 tot 18999.