Citaat | Hoge Raad 14 maart 2003

Alinea 66 Hoge Raad 14 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4593.

5.3 Onderdeel 3 is gericht tegen rov. 4.7. Het betoogt dat 's Hofs oordeel dat iedere aanwijzing van verlies van profijt voor [verweerster] ontbreekt onbegrijpelijk is, nu [verweerster] ƒ 300.000,-- minder voor de activa-transactie heeft ontvangen. Het onderdeel faalt. Het Hof heeft, beoordelend of matiging van de boete diende plaats te vinden, klaarblijkelijk bedoeld dat [verweerster] geen verlies van profijt heeft gehad omdat [betrokkene 1] vanaf 11 mei 1994 niet meer voor de commanditaire vennootschap heeft gewerkt, doch pas aan het einde van de in het boetebeding opgenomen periode van twee jaar gedurende anderhalve maand heeft gewerkt voor een met [eiseres] verbonden onderneming. De verleende korting van ƒ 300.000,-- op de koopprijs speelde in dit verband geen rol.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89db04974d1329aa14c68fbb59abcbe4065721c63b27b478aa7f672c3f0a6b24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89db04974d1329aa14c68fbb59abcbe4065721c63b27b478aa7f672c3f0a6b24, en de alinea staat in dat document op bytes 21575 tot 22369.