Citaat | Hoge Raad 11 juli 2003

Alinea 61 Hoge Raad 11 juli 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4595.

3.6 Het vorenstaande wordt niet anders indien de stelling van [verweerder] juist zou zijn dat hij in dier voege over het saldo van de bankrekening van Bas-C B.V. i.o. heeft beschikt dat hij daaraan als oprichter een bedrag heeft onttrokken, welk bedrag hij vervolgens in privé aan Bas-C B.V. verschuldigd werd ten titel van geldleen nadat Bas-C B.V. deze onttrekkingen had bekrachtigd. Ook in dat geval staat immers vast dat [verweerder] niet het bedrag van het kapitaal daadwerkelijk vóór de oprichting aan Bas-C B.V. ter beschikking heeft gesteld, maar slechts een vordering ter hoogte van dat bedrag op zichzelf heeft doen ontstaan. Ook dit kan niet als een rechtsgeldige volstorting worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c63c6889d0b524f046b5ffbbceb6178edd4e0278e28a6b22de6c2e87d9799c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c63c6889d0b524f046b5ffbbceb6178edd4e0278e28a6b22de6c2e87d9799c7, en de alinea staat in dat document op bytes 17836 tot 18557.