Citaat | Hoge Raad 16 mei 2003

Alinea 32 Hoge Raad 16 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4621.

In cassatie kan worden uitgegaan van de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 1.2 vermelde feiten, die neerkomen op het volgende. Noordhollandsche heeft als brandverzekeraar van Vrodest (een gedeelte van) de schade vergoed die aan een aan Vrodest in eigendom toebehorend bedrijfspand is ontstaan als gevolg van het feit dat een auto waarvoor bij London een WAM-verzekering was gesloten in dat pand door een of meer scheidingswanden is gereden en tot stilstand is gekomen in een ruimte waar lijm, verdunner en verf waren opgeslagen, waarna brand ontstond. Noordhollandsche, lid van het Verbond van Verzekeraars, heeft op grond van art. 284 K. het door haar aan Vrodest uitgekeerde bedrag van ƒ 1.206.103,-- van London gevorderd. Deze heeft ƒ 577.562,-- voldaan, maar heeft met een beroep op het BBR geweigerd het restant te voldoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e396e68330db6250fb0814106051bcca6ed899d63526c1e05187a6813fa0274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e396e68330db6250fb0814106051bcca6ed899d63526c1e05187a6813fa0274, en de alinea staat in dat document op bytes 7644 tot 8499.