Citaat | Hoge Raad 16 mei 2003

Alinea 34 Hoge Raad 16 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 16 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4621.

In hoger beroep heeft het Hof de grieven van London verworpen. Hetgeen het Hof daartoe heeft overwogen, kan als volgt worden samengevat, voor zover in cassatie van belang. De schade van Vrodest kan, naar in hoger beroep niet bestreden is, aan de bestuurder van de auto als gevolg van de door hem veroorzaakte aanrijding worden toegerekend (rov. 2.3). Het BBR is een regeling van algemene aard en strekt zich uit naar niet bij het opstellen van deze regeling betrokken derden. De bepalingen van deze regeling zullen dan ook naar objectieve, gebruikelijke maatstaven moeten worden uitgelegd. Gelet op het onder 2.3 overwogene betekent dit dat de onderhavige schade aanrijdingsschade is in de zin van paragraaf 3, onder c, BBR, tenzij uit kenbare feiten en omstandigheden, waaronder begrepen de ontstaansgeschiedenis van het BBR voor zover deze algemeen toegankelijk is, redelijkerwijs een andere uitleg van het begrip aanrijdingsschade voortvloeit (rov. 2.5). Voor zover London aanbiedt door getuigen of deskundigen te bewijzen dat bij de ontwerpers van het BBR de bedoeling voorzat aanrijdingsschade alleen dan buiten het verhaal te houden als het zou gaan om "koude schade", ook indien deze bedoeling niet uit voor derden toegankelijke bronnen kenbaar was, gaat het Hof daaraan voorbij op grond van hetgeen is overwogen over de wijze waarop de regeling dient te worden uitgelegd (rov. 2.6). Onder ogen dient te worden gezien of uit kenbare feiten of omstandigheden kan voortvloeien dat het hier niet om aanrijdingsschade in de zin van paragraaf 3, onder c, BBR gaat, maar zodanige feiten of omstandigheden zijn gesteld noch anderszins naar voren gekomen (rov. 2.7). De achtergrond van de betrokken regeling of van de in 1984 doorgevoerde herziening daarvan, kennelijk gelegen in een afweging van doel en zin van verhaal, de positie van particulieren en het belang van preventie, brengt het Hof niet tot een andere zienswijze (rov. 2.8). Bewijslevering komt als niet relevant en/of onvoldoende concreet aangeboden niet aan de orde (rov. 2.9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e396e68330db6250fb0814106051bcca6ed899d63526c1e05187a6813fa0274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e396e68330db6250fb0814106051bcca6ed899d63526c1e05187a6813fa0274, en de alinea staat in dat document op bytes 9067 tot 11121.